{"title":"Loyaliteit: de uitdaging tot waardering","authors":"J. Haers","doi":"10.2143/EPN.17.1.2019454","DOIUrl":null,"url":null,"abstract":"Hij was onverwacht gestorven, en dan toch niet helemaal onverwacht, want in een van de laden van het bureau van onze overleden medebroeder vonden we een geluidscassette. Hij had een homilie ingesproken voor zijn eigen uitvaartliturgie. Daarin vertelde deze opmerkelijke en originele man zijn eigen leven en benadrukte hij enkele levenslessen. Hij verwees onder andere naar zijn studies. Zoals alle Jezuieten had ook hij zich op de filosofie toegelegd. Van Immanuel Kant had hij naar eigen zeggen veel geleerd. Het denken van de grote filosoof over het synthetische oordeel a priori suggereerde hem een nieuw begrip, het positieve oordeel a priori. Hier betrof het niet epistemologische kernstructuren in de mens, maar wel een fundamentele aanpak in de omgang met medemensen. Bij het ontmoeten van medemensen, is het de uitdaging om steeds eerst op zoek te gaan naar het waardevolle, het bewonderenswaardige in hen, vanuit een houding van verwondering, sympathie en respect. Deze wijze Jezuiet, die in Brussel bekend stond om zijn omgang met heel eenvoudige en onopvallende mensen die hem raad kwamen vragen op de zitbanken van de Jardin Botanique, had geleerd dat een van de diepste kenmerken die een mens tot mens maken, bestaat in de kunst om medemensen positief te benaderen. Mensen hebben nood aan waardering en bewondering, maar de neiging tot waarderen en bewonderen zit ook in ieder van ons ingebakken. Alleen tegenover zulke achtergrond van sympathie, worden de tekorten of fouten van onze medemensen – en die zijn er – op een correcte manier ingeschat. Alleen dan is het mogelijk om gezonde en opbouwende kritiek te leveren, alleen dan is de duidelijke hardheid die soms gebruikt moet worden gepast, alleen dan zijn de kritische woorden die soms gesproken moeten worden ook echt ter zake. Alleen dan is een diep mededogende houding, die volgens Ruusbroec de persoonskern uitmaakt, aanwezig. Om de vergelijking met Kants synthetische oordeel a priori te doorstaan, moet het positieve oordeel a priori ook behoren tot de noodzakelijke basisstructuren van","PeriodicalId":38844,"journal":{"name":"Ethische Perspectieven","volume":"17 1","pages":"22-29"},"PeriodicalIF":0.0000,"publicationDate":"2007-01-01","publicationTypes":"Journal Article","fieldsOfStudy":null,"isOpenAccess":false,"openAccessPdf":"","citationCount":"0","resultStr":null,"platform":"Semanticscholar","paperid":null,"PeriodicalName":"Ethische Perspectieven","FirstCategoryId":"1085","ListUrlMain":"https://doi.org/10.2143/EPN.17.1.2019454","RegionNum":0,"RegionCategory":null,"ArticlePicture":[],"TitleCN":null,"AbstractTextCN":null,"PMCID":null,"EPubDate":"","PubModel":"","JCR":"Q4","JCRName":"Arts and Humanities","Score":null,"Total":0}
引用次数: 0
Abstract
Hij was onverwacht gestorven, en dan toch niet helemaal onverwacht, want in een van de laden van het bureau van onze overleden medebroeder vonden we een geluidscassette. Hij had een homilie ingesproken voor zijn eigen uitvaartliturgie. Daarin vertelde deze opmerkelijke en originele man zijn eigen leven en benadrukte hij enkele levenslessen. Hij verwees onder andere naar zijn studies. Zoals alle Jezuieten had ook hij zich op de filosofie toegelegd. Van Immanuel Kant had hij naar eigen zeggen veel geleerd. Het denken van de grote filosoof over het synthetische oordeel a priori suggereerde hem een nieuw begrip, het positieve oordeel a priori. Hier betrof het niet epistemologische kernstructuren in de mens, maar wel een fundamentele aanpak in de omgang met medemensen. Bij het ontmoeten van medemensen, is het de uitdaging om steeds eerst op zoek te gaan naar het waardevolle, het bewonderenswaardige in hen, vanuit een houding van verwondering, sympathie en respect. Deze wijze Jezuiet, die in Brussel bekend stond om zijn omgang met heel eenvoudige en onopvallende mensen die hem raad kwamen vragen op de zitbanken van de Jardin Botanique, had geleerd dat een van de diepste kenmerken die een mens tot mens maken, bestaat in de kunst om medemensen positief te benaderen. Mensen hebben nood aan waardering en bewondering, maar de neiging tot waarderen en bewonderen zit ook in ieder van ons ingebakken. Alleen tegenover zulke achtergrond van sympathie, worden de tekorten of fouten van onze medemensen – en die zijn er – op een correcte manier ingeschat. Alleen dan is het mogelijk om gezonde en opbouwende kritiek te leveren, alleen dan is de duidelijke hardheid die soms gebruikt moet worden gepast, alleen dan zijn de kritische woorden die soms gesproken moeten worden ook echt ter zake. Alleen dan is een diep mededogende houding, die volgens Ruusbroec de persoonskern uitmaakt, aanwezig. Om de vergelijking met Kants synthetische oordeel a priori te doorstaan, moet het positieve oordeel a priori ook behoren tot de noodzakelijke basisstructuren van